Water, Wind en Aarde

Een presentatie van een beeld voor het Dal van de Molenbeek. De ontmoeting van de Brabantse Wal met de oude kleigronden van de Oosterschelde. Vroeger rolden hier de golven van de Oosterschelde tot aan de Brabantse Wal.

Het verhaal verteld in aarde, water en een reliëf, onzichtbaar maar zichtbaar door de vegetatie die afhankelijk van het micromilieu eigen ecogemeenschappen vormt die als een schilderspallet het landschap structuur geeft, kleurt en tekent.

Maar ook een nieuwe manier van maken van landschappelijke overgangen van cultuur naar natuur. Van stad en park naar ruige natuur en stiltegebied.

De hoofdvorm is die van een aanrollende golf, maar er zit ook de beweging van het terugstromende water in. Deze golfvormen moesten robuust zijn, 12 meter hoog, omdat deze, ook als er hogere planten zoals distels op groeien en de vormen daardoor ronder en zachter worden, toch als bruisende golven herkenbaar moeten blijven. Ondanks deze afmetingen lijken ze klein in het gebied. 

De bovenkant van deze golven wil ik voorzien van een laag schelpengruis. Daardoor blijft de contour strak. Maar ook kan hier een zeldzaam broedmilieu voor meeuwen ontstaan, wat de herinnering aan het water versterkt. In het broedseizoen zou het betreden verboden moeten worden.

Ribbels in het Zand

Vóór de golven is er een gebied dat ik een reliëf wil geven in het maaiveld, zoals de ribbels in het zand op het strand. Maar ook een associatie met de kreken in schorren. De sporen van terugtrekkend water. Hier staan de dieper gelegen delen in directe verbinding met de beek en worden door de stuwen in de beek met water gevuld gehouden. 

Dit is het resultaat van een studie naar de mogelijkheden om de ribbels, die het terugtrekkende water aan het strand maakt. En ook de sfeer van terugtrekkend water dat kreken uitslijpt in dit type landschap.

Dit is een studie naar het vinden van de mogelijkheden om vloeiende lijnen zoals in golven, in aarde te vertalen.

Het slagen van een ‘land-art werk’ hangt samen met een plan wat betreft onderhoud en de te verwachten - of ‘bij te sturen vegetatie’. Daarbij opgemerkt, dat hoe kleinschaliger een vorm in de natuur is, hoe sneller hij overwoekerd zal worden en hoe dwingender onderhoud zal worden. 

Hoewel ik me al decennia verdiep in de vele kanten die er zijn aan landschap, cultuurlandschap en ecosystemen, kan het niet anders zijn, dan dat er expertise is binnen het Brabants Landschap die het ontwerp zoals het er nu is in ecologische zin kan versterken, aanvullen of verrijken.

Buiten het broedseizoen zijn de ‘paden’ ideaal voor een wandeling. En men kijkt vanuit dit standpunt boven op het werk, op de lijnen en op de groeistructuren van de vegetatie. Het schelpkalk geeft tevens een andere vegetatie zonder dat deze locatie vreemd is. De begroeiing op de golven kan door schapen kort gegraasd worden, gecombineerd met het (een paar keer per jaar) wegmaaien van distels, houtopslag en dergelijke. Afhankelijk van het soort dieren dat gaat grazen moet de vorm hier en daar worden versterkt met technoweefsel of kunststof tegels waar gras doorheen groeit. 

Het beeld de Wachter dat ik in Willemstad gerealiseerd heb, heeft dezelfde bouwwijze. Namelijk versteviging met weefsel en schapen die met hun hoeven de paden in het talud diep houden.

Hierboven ziet u een studie naar de logische en bruikbare golfpatronen in het water.Bekijk voor meer informatie en filmpje het project Rietzee.

Over Vegetatie

Enige jaren geleden zag ik een stuk terrein tussen snelwegen waar vakken uitgegraven werden volgens ‘tekentafel lijnen’ en diepten, zonder dat er enig ontwerp aan de grondslag lag. Met enige verbazing zag ik hoe de vlakken een bepaald niveau kregen en pal daarnaast lag het vlak soms 50cm of 80cm lager. De steile wanden zakten in en de natuur begon aan een nivelleringsproces.

Nu, jaren later tekenen de lijnen en vlakken zich nog steeds af in verschillende soorten vegetatie. Deze ontwikkeling volg ik al jaren en inmiddels heb ik ook honderden foto’s uit verschillende seizoenen, prachtig. 

Hierin heb ik inspiratie gevonden voor de gedachte, dat wanneer je in staat bent steile wanden te stabiliseren, je heel strikte ecologische overgangen kunt maken. 

En je als het ware kunt beeldhouwen met de ondergrond en schilderen met de vegetatie, een uitdaging. Er is dan geen sprake van onnatuurlijk beplanten, nee, er ontstaan heel natuurlijk specifieke mini posities voor monoculturen.

Veel van de voorgaande beschreven ideeën komen voort uit waarneming. Maar zijn ook ingegeven door de gedachte dat veel ‘land art’ verloren gaat door de kracht van de natuur en door het gebrek aan onderhoud. Door met de natuur mee te gaan wordt het onderhoud gemakkelijker en het beeld natuurlijker. 

Vooral omdat er twee verschillende ‘natte’ gebieden ontstaan zullen heel andere soorten dominant worden. Als de waterpartijen diep genoeg gehouden worden, dan zal deze tekening vooral in de winter, in water goed te zien blijven. In dit ontwerp heb ik gezocht naar nieuwe manieren van het maken van landschappelijke overgangen van cultuur naar natuur. Van stad en park naar ruige natuur- en stiltegebied. In de traditie van Jac. P. Thijsse en Ger Londo.

Het verhaal van de ontmoeting tussen het water en het land vertelt in aarde, water en in reliëf, onzichtbaar, verscholen onder de vegetatie. Maar ook juist zichtbaar door de vegetatie die afhankelijk van het micromilieu eigen ecologische gemeenschappen vormt die als een schilderpallet het landschap structuur geeft, kleurt en tekent. 

De beschreven vormen in aarde (Golven aan de Zoom) beslaan op een hoogteverschil van 2 meter onder het gemiddelde waterpeil (gwp) tot plus tien meter boven het gwp. Dat zorgt voor ecologische verschillen. Deze verschillen worden in dit ontwerp opgezocht en versterkt. In het gebruik van materialen, en steile en minder steile wanden, wil ik een poging doen om niet alleen te beeldhouwen met aarde of klei, maar ook kijken hoe ver men kan gaan met het creëren van omstandigheden die het beeld rijker maken aan plantensoorten en daardoor ook plaats bieden aan het ontstaan van specifieke of onverwachte vormen van zeer plaatselijke monoculturen. Deze monoculturen zullen de lijnen van het reliëf volgen en daardoor extra tekening in het landschap geven. 

Bij dit deel van het ontwerp moet een keuze gemaakt worden. Óf men kiest voor enig onderhoud en dan zal er een rijke vegetatie ontstaan óf men laat het zoals de verwachting is, ‘verrieten’.

Er ontstaat een groot gebied met uitsluitend riet maar ook dan speelt het reliëf in de ondergrond een prachtige rol. Als het riet overal even lang is zal in de toppen van de planten het reliëf van de ondergrond zichtbaar blijven. En met wind zal door de beweging weer een golvende zee te zien zijn.

Maar hopelijk gaan ook andere soorten planten zich vestigen, zodat ook die tekening in het landschap gaan maken.

Een Golfpatroon

In de richting van de zee, waar ooit het water vandaan kwam, krijgt het maaiveld een reliëf van water. Twee golfpatronen kuisen elkaar. In de lagere gedeelten zal water staan. Het is kwelwater, uit hoger gelegen Brabant en heeft geen verbinding met de beek. Dit kwelwater wordt wel aangevuld met regenwater, dat tijdens buien het waterniveau zal verhogen. Het kan langzaam in de grond zakken en bij een teveel overlopen in de beek. Het kan een moerasachtig gebied worden. Moeilijk te betreden voor publiek. 

We zien nu dat twee verschillende ecosystemen ontstaan. Eén ecosysteem met één constant waterniveau met het beekwater, in stand gehouden door stuwen. Daarnaast een ecosysteem met kwelwater en regenwater met een op en neer gaand waterniveau. Het gebied waarin de golfpatronen zichtbaar zullen zijn.

Het ‘Dal van de Molenbeek” kent vele aspecten...

Het ontwerp voor het beschikbare grondgebied is relatief groot, 200 bij 400 meter. Het kent hoogteverschillen van minimaal 2 meter tot plus 12 meter. Er moest met tal van zaken min of meer dwingend rekening gehouden worden, zoals een leidingen straat, spoorbaan, pompstation, en ‘gewone’ akkers en rechte sloten.

Maar ook de ecologische hoofdstructuur (EHS) en, ecologische verbindingszones (EVZ). Beekloop, beekwater en kwelwater. Straks een rondweg met een rotonde die aansluit op de Antwerpse straatweg. Voor de randweg en de rotonde wordt, landschappelijk gesproken, een deel van de Brabantse Wal opgeofferd. 

Verderop vele vierkante kilometers akkers, teruggegeven aan de natuur. Ongerepte verse nieuwe natuur waar de komende decennia het traject naar ‘oernatuur’ ingezet wordt. En ‘verboden toegang’, niet voor de natuur maar wel voor natuurliefhebbers. 

Veel milieuorganisaties zoals Rijkswaterstaat, Dienst Landelijk Gebied, Brabants Landschap en Staatsbosbeheer vinden het steeds belangrijker om mensen -in de periferie van de rust- of stiltegebieden- van de natuur te laten genieten. Of er met schoolklassen in te trekken en op onderzoek uitgaan. Vroeger werd er een rigide lijn getrokken tussen de stad en de natuur. In dit project in Bergen op Zoom, in het dal van de Molenbeek, is er een experimenten gang gezet om de overgang Stad/Park/Natuur/Stiltegebied natuurlijker in elkaar over te laten gaan. 

Daarbij komt nog dat deze locatie voor ‘landschapskunst’ uniek is met name omdat je vanuit ‘de stedelijke rand’ óp het landschap kijkt. Er is een hoogteverschil van plus minus 12 meter en vanuit de huizen nog wat meer. Door deze unieke plaats en kans kreeg het samenvoegen van al deze elementen opeens een prachtige logische samenhang. Indien dit plan uitgevoerd wordt, denk ik dat het een bijzondere plaats in Nederland gaat worden. Als beleving, maar ook een voorbeeld van een samenwerking tussen partijen die vroeger niet op deze manier samenwerkten. Landschap tussen parkaanleg en teruggeven aan de natuur.

Mooi dat de provincie Noord Brabant er een voorbeeldproject in ziet. 

Dit is een tekst bij de presentatie van het voorlopig ontwerp van landschapskunst voor ‘Het Dal van de Molenbeek’ aan de kunstcommissie en de wethouders van Bergen op Zoom.

.     .     .

Marius Boender

28 juni 2007

Dit ontwerp is tot stand gekomen dankzij:
KidOR Kunst in de Openbare Ruimte.
Pilotproject Groene Programma’s provincie Noord-Brabant.
Subsidie Beeldende Kunsten provincie Brabant.